Zoeken
  • Nickie Maes

Let’s mix things up.

Bijgewerkt op: 11 mei

Revalidatiemoeheid.


Het is een fenomeen. Ik ben ervoor gewaarschuwd. Door zowel medepatiënten als dokters. En ja, ik had al eerder wat inzinkingen en dipjes. Maar sinds een paar weken kan ik wel spreken over dit soort moeheid. Het is hardnekkig. Het is meedogenloos. Het bepaalt je humeur. Het kruipt onder je huid. Het vreet energie. Het is vermoeiend.


Concreet is dit elke ochtend wakker worden wetende dat mijn dag enkel zal bestaan uit eten, aankleden, 3 uur revalideren, eten, douchen,

en slapen. Dit is al zes maanden lang zonder enige onderbreking of vorm van ontspanning mijn routine. Mijn nieuwe “leven”.

Sommige NAH-patiënten zijn iets dramatischer in hun verwoording en noemen het meer “overleven” dan “leven”.


Ik kan nu wel bevestigen dat mijn motivatie officieel weg is. Als ik wakker word, is het eerste wat door mijn gedachten schiet: “ik wil terug slapen, ik heb hier geen zin meer in, ik heb er genoeg van, ik wou dat de dag alweer voorbij was…”

Vrij deprimerend, toch?

Als ik nu binnen kom in de revalidatieruimte tussen al die goedgezinde therapeuten en gemotiveerde patiënten voel ik me soms “the Grinch who stole Christmas."





Meestal probeer ik mijn ongemotiveerde humeur wel te verstoppen. Maar tijdens de zoveelste oefening waarbij ik enorm hard moet concentreren op het “correct afzetten van mijn been bij een loopbeweging” (omdat mijn brein dit niet meer automatisch kan coördineren), kon ik het niet meer inhouden. “Dit is echt bullshit”, zei ik luidop tegen de stagiair kinesist die waarschijnlijk na mijn uitval een studieverandering aan het bekijken is.


Bullshit. Waarom? Omdat ik er hard voor werk. Omdat ik perfectionistisch ben. Omdat ik altijd gewend ben geweest dat als ik hard werk voor iets, het ook resultaat geeft. Hard studeren = altijd in eerste zit geslaagd, hard werken = een goede job kunnen vinden en behouden, harde looptrainingen = een goede conditie en deelname aan loopwedstrijden.

Maar hard revalideren staat niet garant voor resultaat. Of toch niet het resultaat dat je zelf voor ogen hebt.


Revalidatiemoeheid is moeilijk om mee om te gaan. Revalideren loont namelijk wel degelijk, maar het is niet altijd zichtbaar. Tijdens de eerste maanden, maak je doorgaans veel vooruitgang met grote stappen. Maar na een paar maanden worden die stapjes steeds kleiner. Dan gaat het niet meer om kunnen rechtstaan en wandelen. Maar eerder hoe je wandelt, hoe lang je kan wandelen, etc.


Ik denk dan ook dat het geen kwaad kan dat er nog wat veranderingen op til zijn. Verhuizen naar een eigen woning in een totaal andere omgeving. Overschakelen naar een compleet ander revalidatiecentrum waar ze mijn woedeaanvallen nog niet kennen. Terug meer betrokken zijn bij mijn werk. Allemaal heel erg eng en vermoeiend, maar ik zie het als een nieuw hoofdstuk. En als een mogelijkheid om terug een ander soort vermoeidheid te ervaren… Let’s mix things up.

18 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Kerstkoorts