Zoeken
  • Nickie Maes

Roze olifant.

Bijgewerkt op: 11 mei



Er is geen handleiding van hoe je met mensen moet omgaan die net getroffen zijn door ziekte, ongeval of andere levensingrijpende gebeurtenissen. Helaas. Want dat zou anders heel wat awkward momenten besparen. Voor zowel de 'toeschouwer' als de ‘betrokkene’.

Wat ik wel al kan vertellen is dat je als ‘betrokkene’ ineens gepromoveerd bent tot de roze olifant in letterlijk elke kamer waar je binnen komt en hierbij heb ik de afgelopen maanden grofweg twee coping mechanismen van ‘toeschouwers’ mogen waarnemen:

1. Negeren, plat relativeren en/of doen alsof er niks gebeurd is. Er staat een roze olifant in de kamer, heel vreemd. Je kijkt nog eens goed, je denkt nog eens na, je checkt of je zeker niet droomt of hallucineert, maar ja, een roze olifant, hier, in deze kamer! Je kijkt nog eens rond, je twijfelt en aarzelt, maar je besluit hem toch gewoon te negeren. “Achja, hij had ook geel kunnen zijn.”

In real life: mensen die weten wat er met je gebeurd is, zien je en zijn dan enigszins verbaasd van hoe je er al dan niet uitziet, maar besluiten om totaal niet te vragen hoe het eigenlijk met je gaat. Gesprekken vallen stil als jij erbij komt zitten/staan/hangen/…, afspraken worden plots afgezegd… En ja life goes on, maar een roze olifant is toch wel heel uitzonderlijk, niet?





2. Overstelping met (verkeerde) vragen en extreem medelijden. In dit geval staat de roze olifant volop en constant in de spotlight. Want ja, dat beest valt toch op. Je kijkt vol verbazing en er rijzen enorm veel eindeloze vragen bij je op. Waar komt ie vandaan? Hoe is ie binnen geraakt? Wat eet ie? Waar eet ie? Waarom is ie roos? Was ie niet liever paars geweest? Waarom heeft dat beest een slurf? Wat doet het hier? Wat zijn de plannen van dat beest? Is het beest niet bang, moe, ongelukkig? Ik kan zo nog wel even doorgaan.

In real life: ik krijg zelf regelmatig te maken met nogal rare, ongepaste vragen. En het is iets dat constant terugkomt en waar ik ook in vorige blog posts al naar verwees: begrip. Konden die toeschouwers maar eens begrijpen waar het om gaat, wat er zo moeilijk is, wat er aan de hand is, … Maar begrip én echte erkenning geven aan iets is altijd moeilijk zolang je niet zelf in die situatie zit. En ik kan uiteraard niet iedereen op mijn pad een tijdelijk hersenletsel geven voor een dag of twee zodat ze het eens zouden begrijpen, dus ik moet altijd opnieuw door het vragenvuur.



Vaak zie ik er al tegen op, vermijd ik bewust bepaalde plaatsen en mensen. Ben ik het beu om me continu te moeten verantwoorden waarom ik moeilijker de trap op en af kan. Een rolstoelpatiënt hoeft dit toch ook niet iedere keer uit te leggen waarom ie niet zomaar een trap op of af kan? En neen, dit wil niet zeggen dat het één beter of slechter is dan het ander. Ziekte is dan ook geen competitie.


Die coping mechanismen zijn trouwens niet enkel voor de toeschouwers, dit geldt ook voor de ‘betrokkenen’ zelf. Ook ikzelf, pingpong vaak heen en weer tussen beiden. Op bepaalde dagen ligt alle focus op mijn toekomstige doelstellingen en doe ik alsof ik niks mankeer, ga ik in volledige overdrive en negeer ik alle rode alarmsignalen van mijn lichaam om dan gewoon te crashen.(coping mechanisme 1)



Op andere dagen geraak ik amper mijn bed uit, en ben ik zo cynisch en sarcastisch dat zelfs Alex Agnew er verlegen om zou worden. Ik wentel mezelf in zelfmedelijden, zeg mijn revalidatie-afspraken af, blokkeer alle contact met de buitenwereld en begin mezelf veel triestige toekomstgerichte vragen te stellen om dan vervolgens ook weer te crashen. (coping mechanisme 2)

En wat blijkt? Beiden leiden dus tot niks. De leidraad ligt dus ergens in het midden… diep verstopt en zowel ikzelf als de ‘buitenstaanders’ moeten dus goed zoeken en proberen om er een soort van balans in te vinden.

En het is niet omdat ik nu aan ‘die andere kant’ sta dat ik dan nu de waarheid in pacht heb. Absoluut niet! Ik heb zelf al meerdere keren het “toeschouwer van roze olifant”-moment gehad. Recent nog, met mijn sportkinesist (mister mean met goede roeibank) die langs zijn neus weg vermeldde dat zijn vrouw én mede-eigenaar van zijn zaak, kanker heeft. Tijdens de zoveelste squad-oefening word ik dan plots ‘gebombardeerd’ van roze olifant naar de toeschouwer-positie. Ja, kanker. Iedereen kent het, iedereen weet ongeveer wat het is, wat het inhoudt, iedereen kent wel iemand die het heeft (gehad), maar hoe in godsnaam moet je daar op reageren? We weten al dat zowel coping mechanisme 1 (“Goh, maar toch mooi weer vandaag hé”) als coping mechanisme 2 (“Amai, en jij komt nog werken terwijl je vrouw kanker heeft?) niet echt productief zijn. Maar wat werkt dan wel?



Het is voor mij ook nog een zoektocht. Ikzelf vertrek gewoon vanuit gezonde interesse zonder al te veel vragen te stellen. En ik tracht vooral te luisteren en te kijken hoe de tegenpartij reageert. Het hangt dan ook van de tegenpartij af in hoeverre hij/zij het verhaal wil doen. Wil ie meer kwijt? Dan vraag je door en/of laat je hem/haar z’n hart eens luchten. Wil ie er niet verder op ingaan? Respecteer dat dan ook.

En zo kan iedere roze olifant wel eens een plekje krijgen in de kamer.


116 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Kerstkoorts