Zoeken
  • Nickie Maes

Uit de rat race

Sinds mijn NAH heb ik al veel gevochten om terug te mogen en te kunnen meedoen met de maatschappij; een fenomeen dat vele lotgenoten en langdurig zieken zullen herkennen.

Ik vergelijk de maatschappij van vandaag wel eens met een “rat race”. En als er iets met je gebeurt (in mijn geval: op medisch vlak), ben je heel abrupt je plaatsje in het rattenwieltje kwijt. En verdorie wat is het moeilijk om daar weer terug in te geraken. Want dat tempo! En die andere ratten! Die knagen direct aan je staart als je niet hard genoeg gaat (sorry voor deze heel expliciete beeldspraak, ik krijg er zelf de kriebels van).


Je wordt er elke keer weer uit gegooid en je probeert toch telkens opnieuw. Deze keer pas je je tempo wat aan, maar hup je vliegt er even snel uit als je erin bent gekomen. Vervolgens probeer je jezelf toch wat meer te pushen, maar toch lig je er zo weer uit. Ik wilde en moest “mijn plaats in de maatschappij/ rattenwieltje” terugkrijgen. Ik bleef mezelf de afgelopen twee jaar verdedigen, verantwoorden, veranderen, verloochenen, verbeteren, verminderen, verhogen, verlagen en verkopen. Het leek alsof ik niet gewoon “mezelf mocht zijn”.


Maar misschien moet ik ook niet meer per se terug in dat rattenwieltje? Het overviel me toen ik op een doodgewone dinsdag een korte wandeling had gemaakt in een nabijgelegen park. De zon scheen, de bomen toonden hun prachtigste herfstkleuren en ik had net een boek ontleend uit de bib. Mijn gsm stond uit en ik had eens geen muziek aan staan. Er was nog een bankje vrij in de kruidtuin van het park, niks speciaals, maar wel een aangenaam zonnig plekje met een mooi uitzicht op symmetrisch geplante bessenstruiken en esdoorns met felrode bladerdaken. Ik besloot daar even te pauzeren met mijn boek alvorens ik mijn wandeling huiswaarts zou verder zetten. De temperatuur steeg, mijn winterjas ging uit en ik begon het voorwoord van het boek te lezen. Daar in de zon, omgeven door natuur en stilte, voelde ik extreme kalmte en rust (fysiek en mentaal). Eindelijk.


En toen begon ik het te beseffen: Deze rust had ik al heel lang niet meer gevoeld. Omdat ik het ook niet had toegelaten, weet ik nu. Ik ben dan wel thuisgeschreven met “ziekteverlof” om hoofd en lichaam rust te geven, maar ik ben wél constant aan het piekeren, overdenken,... over letterlijk alles. Geloof me, als ik daar voor betaald zou krijgen, zou mijn spaarrekening er wel wat rooskleuriger uitzien intussen. Elke dag stroomden steeds duizenden “Wat als”-vragen door mijn hoofd. Maar ik kreeg nooit echt een antwoord op die vragen, niet van mezelf, noch van anderen. Ik was de hele tijd onrustig, het leek alsof ik constant 24/7 alert moest zijn. En ik weet niet eens waarom want niemand zat echt op mij te wachten of verwachtte iets van mij. Ik denk dat het deel is van het levende verlies en het “wat nu?”-gevoel dat je overvalt als plots je hele leven en toekomst wijzigt. Doodvermoeiend is het.


Ik had geen andere afspraken die bewuste dinsdag en op een of andere manier kon ik mijn zorgen voor het eerst in heel lange tijd toch even parkeren. Want die zorgen, die konden wel wachten. Over een uur heb ik nog steeds diezelfde zorgen, morgen ook nog en over 5 maanden waarschijnlijk ook. Dus waarom dit moment nu verpesten? Wie weet hoelang het nog duurt voor de zon nog eens zo schijnt? En die kleurrijke bladeren beginnen ook stilaan overal meer te verdwijnen.


Een tweetal hoofdstukken in mijn boek later nam de drukte in het rustige, zonnige park toe. Er stroomden steeds meer haastige fietsende , wandelende en lopende kinderen, scholieren, volwassenen en hele gezinnen toe. Maar zij keken niet naar de bomen en genoten niet zo expliciet van de zon. Zij gingen door. Ze zoefden door het park, doorkruisten het enkel omdat het park een ‘short cut’ is voor vele voorbijgangers. Ik keek toe en zag hoe deze mensen zo’n ontzettende haast hadden. En ooit was ik ook één van hen. Altijd wel onderweg naar ergens zonder echt stil te staan bij de route en tussenstops.


En de gedachte alleen al dat ik ooit terug zou moeten naar die tijd, met dat tempo, met verwachtingen die ik moeilijk kan inlossen, in mijn toestand, was al genoeg om de zonnestralen niet langer in mijn gezicht te voelen, maar enkel mijn versnelde hartslag in mijn keel. Ik was ook meteen mijn focus kwijt en kon de woorden uit het boek dat ik aan het lezen was niet meer tot me laten doordringen.

En toen besefte ik: ik kan dit niet meer. Nu niet en misschien nooit meer. Ik zit niet meer in de rat race en dat hoeft ook niet meer. Dit is een zeer bevrijdende, maar tegelijkertijd angstaanjagende gedachte. Het is niet meteen 100% rooskleurig, maar het is wel écht.


Als er nadelen zijn aan “niet meer mee kunnen doen”, zijn er volgens mij ook voordelen aan. Je moet ze alleen willen zien en omarmen. Is het dan allemaal beter en fijner zo? Neen natuurlijk niet, maar het is wel anders. En dat is ook oké. Uiteraard zal ik wel nog blijven proberen om bepaalde doelstellingen te behalen voor mezelf en voor mijn naasten. Ik ben namelijk geen opgever en mondig ben ik ook. Een handige combinatie om zeker nog van me te laten horen. ;-)

Het blijft fijn om “voldoening krijgen” na te streven. Maar ik weet nu voor mezelf dat ik deze niet meer zal vinden in het rattenwieltje.


104 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven