top of page

Licht vangen in Zweden

  • Foto van schrijver: Nickie Maes
    Nickie Maes
  • 25 nov 2025
  • 5 minuten om te lezen

Mijn eerste solo trip/leerstage met NAH


Alleen reizen voelde voor mij altijd als iets voor durvers. Mensen met lef, grote rugzakken en kleine zorgen. Ik was nooit zo’n reiziger en zeker sinds mijn NAH leek solo travel nog moeilijker geworden. Maar het afgelopen jaar voelde ik steeds sterker dat ik ergens anders alleen wilde zijn. Niet alleen in mijn huis. Niet opgesloten. Maar écht alleen op een nieuwe plek. Toen de kans kwam om twee weken naar Zweden te gaan voor een leerstage, voelde het tegelijk onrealistisch, maar ook noodzakelijk.


Waar ik nooit dacht te komen, kwam ik tóch terecht

Scandinavië stond eigenlijk nooit echt op mijn wishlist: te koud, te donker, te ver. Maar na deze twee weken staat het wél op mijn to-do lijst om er ooit eens echt op vakantie te gaan, misschien dan wel in een ander seizoen. Zweden heeft een rust die onder je huid kruipt.

Deze leerstage zou draaien om zelfstandigheid, prikkels doseren, werken in mijn eigen ritme en opnieuw ontdekken wat haalbaar voelt. Gelukkig stond ik er niet helemaal alleen voor: Sandra en Laurens, mijn gastgezin, waren er om me te ontvangen, mee te denken, te begeleiden waar nodig en me vooral ruimte te geven om mijn eigen ritme te vinden. Ze waren geen vangnet dat alles overnam, maar eerder twee warme mensen die naast me stonden terwijl ik opnieuw leerde vertrouwen op mezelf. Precies de balans die ik nodig had.

Alleen… zelfs de beste balans wiebelt wanneer je de eerste stap zet. De reality check van dit avontuur begon al meteen op de luchthaven: een overvolle maandagochtend in Zaventem, te veel prikkels, een vlucht naar Oslo, twee treinen zoeken in een ander land, een zware koffer, weinig energie. Het deed me een paar keer serieus reflecteren over waar ik in godsnaam mee bezig was. En toch… ik geraakte er. Alleen. Het blijft bijna surreëel dat ik dat traject heb afgelegd.


Eerste indruk: een land dat niets van je vraagt

Toen ik de volgende ochtend de gordijnen opentrok, zag ik mijn omgeving voor het eerst in daglicht: bossen, een meer, grijze lucht, absolute stilte. Oké, dacht ik. Dit wordt mijn thuis voor twee weken.

Die middag wilde ik eigenlijk een dutje doen, maar door het beperkte daglicht (schemer vanaf 16u!) besloot ik meteen te gaan wandelen. Ik kreeg de tip om rond het lokale meer te wandelen, maar ik ging (natuurlijk) de verkeerde kant op. Ik stapte een grindpad op dat nergens naartoe ging. Mijn oriëntatievermogen had weer een mindere dag en ik zag mezelf al in de lokale Zweedse krant verschijnen als “verwarde Belg vermist in bossen omgeving Sunne”.

Maar ik geraakte toch gewoon terug waar ik vandaan kwam. Vanaf dan besliste ik om elke middag te gaan wandelen om zoveel mogelijk licht te vangen. Het werd een vast moment van zelfzorg, reflectie en lichaamsbeweging. Maakte niet uit hoe of waar, als ik maar even ging wandelen (en veilig teruggeraakte).


Tussen woorden, deadlines en wekkers

Overdag werkte ik aan schrijfopdrachten in samenwerking met AI: nieuw, boeiend, maar soms frustrerend. De echte uitdaging zat niet enkel in de opdrachten zelf, maar ook in voelen wanneer ik moest stoppen. Ik voelde namelijk een constante druk om ‘snel op te leveren’. Combineer dat met mijn perfectionistisch, ‘nooit-goed-genoeg’-kantje en je hebt de ideale cocktail voor een snelle mental breakdown en cognitieve uitputting.

Ik werd er moedeloos van en wou zo graag kwaad zijn op iemand. Maar ik was alleen…

Het vroeg heel wat zelfreflectie om te beseffen dat ikzelf die druk creëerde. Enkel ik was verantwoordelijk voor dat rotgevoel. Dus enkel ik kon er iets aan veranderen. En dat probeerde ik ook te doen. Voortaan zette ik een wekker als ik begon met schrijven en stopte ik als de wekker afliep, niet wanneer de opdracht klaar was. Enkel zo had ik controle over mijn cognitieve inspanning en concentratie. Zo moest ik noodgedwongen leren omgaan met ‘half werk’ en niet 100% tevreden zijn. Still a work in progress.


Zuurdesem: een les in vertragen

Een extra culinaire verrassing van deze stage was het leren bakken van zuurdesembrood. Vooral omdat ik er werkelijk níks over wist. Ik eet zelf bijna geen brood meer. Ik wist wel dat zuurdesembrood bestond, maar dacht dat het voornamelijk ‘hipsterbroden’ waren.

Ik begon dus erg open-minded of onwetend (het is maar hoe je het bekijkt), aan mijn bakkerslessen met Sandra. Haar gezellige Zweedse keuken werd meerdere keren per dag omgetoverd tot een mini-thuisbakkerij.

Toen Sandra haar weckpot met haar vierjarige “Maria”, de zuurdesemstarter, bovenhaalde, ging er een wereld voor me open. Van de starter voeden tot het deeg vouwen, wachten, vormen en uiteindelijk het moment waarop je het brood uit de oven haalt: het hele proces, het werken met mijn handen zonder al te veel nadenken, was rustgevend. Geen multitasking, geen haast, gewoon focus op het deeg.

Op een regenachtige dag gingen we aan de slag met zuurdesemdeeg voor croissants, wat zo’n twee dagen in beslag nam. Toewijding en geduld zijn dus een must. Ik dacht: dit is niet zomaar bakken, dit is een commitment. 

Brood bakken werd de perfecte tegenhanger voor het cognitieve werk: iets tastbaars dat (meestal) lukt, zonder overprikkeling.


De schaduwkant: somberte en duisternis

Niet alles was idyllisch. Soms voelde ik me neerslachtig door het vroege donker. Soms kon één kleine opdracht mijn zelfzekerheid weer uit balans brengen. En hoewel de nieuwe omgeving en ervaring spannend waren, miste ik soms toch de voorspelbaarheid en routine van thuis.

Tijdens mijn uitstap naar Karlstad, op mijn vrije dag, voelde ik me compleet overweldigd. Te druk, te snel, te veel prikkels. Niks of niemand in de buurt om bij te ventileren. Bij het zoeken naar een lunchplek blokkeerde ik even en overwoog ik om de lokale brasserietjes gewoon in te ruilen voor een ordinaire Burger King. Uiteindelijk zette ik door, vond ik toch een geschikte lunchplek, maar het was een reminder dat autonomie ook wankel kan zijn.


Wat ik uiteindelijk meeneem naar huis

Ik vertrok naar Zweden om te testen hoe belastbaar ik nog ben, maar ik keerde terug met nog iets extra: het gevoel dat ik mijn autonomie niet meer (altijd) kwijt ben. Door vluchten en treinen te halen, te wandelen en te verdwalen, maar toch weer thuis te komen. Door toegewijd te willen werken, zonder mezelf te verliezen. Door alleen te zijn, maar niet ‘overgeleverd’ te zijn. En door licht te proberen vangen in snelle duisternis.

Het voelt alsof ik nieuwe handvaten heb gekregen: zacht, breekbaar misschien, maar wél van mij. Ook de rust en ongejaagdheid hoop ik zo lang mogelijk met me mee te dragen.

Nu is het aan mij om deze handvaten mee te nemen en ze niet meteen weer los te laten zodra het gewone leven met bijhorende uitdagingen zich weer aandient. Maar ik vermoed dat het, net zoals zuurdesemdeeg, veel tijd, toewijding en routine zal vragen. Voeden, wachten, proberen, soms opnieuw beginnen.

En wie weet krijgt dat alles tijd genoeg om te rijzen tot iets dat me verder draagt dan ik nu kan zien.



Meer info over het verblijf in Zweden: https://www.nygardcabins.se/nl

Meer info over de leerstage: https://grenzeloosleren.be/

 
 
 

1 opmerking


Anneleen
25 nov 2025

Mooi geschreven Nickie!

We zouden allemaal wat meer zuurdesem moeten zijn…

Like

Liever luisteren?

Alle blog posts worden ook ingesproken en toegevoegd op Spotify.

spotify.png
  • Instagram

©2021 verder met NAH

bottom of page